September 8, 2010
Westerse drogredenen #1: Tu quoque

Tu quoque is Latijn voor “jij ook”. Het is een specifieke vorm van drogredeneren. Een tu quoque-argument wordt gebruikt om de tegenstander te zeggen dat hij geen recht van spreken heeft. Het is een drogredenering die de tegenstander beschuldigt van hypocrisie, en er dus voor zorgt dat de discussie niet meer over de kern van de zaak gaat. Het is dan ook een argument dat irrelevant is in de internationale rechtspraak. Dat bleek onder andere in het Joegoslavië-tribunaal, waar beschuldigden meermaals probeerden hun eigen misdaden te rechtvaardigen met het argument dat de tegenstander ook zulke misdaden had begaan.

In het denken van veel mensen in het Westen heeft het tu quoque-argument een belangrijke rol. Ze gebruiken het vaak om de misdaden en bemoeienissen van het Westen in veel niet-Westerse landen mee goed te praten. Dit gebeurde ook in de uitzending van Pauw en Witteman van dinsdag 7 september. Gast Izz ad-Din Ruhulessin was aanwezig om uit te leggen waarom hij vindt dat soevereine staten als Iran hun eigen wetten moeten kunnen bepalen, zonder dat het Westen zich daar op een paternalistische manier mee bemoeit. Aan tafel barstte een waar tu quoque-festijn los, zowel van de kant van Hafid Bouazza als Femke Halsema. Hieronder enkele citaten:

‘Dat die universele mensenrechten niet universeel gelden, dat vind ik nogal ironisch, want het is namelijk dankzij die universele mensenrechten dat u hier in Nederland kunt zeggen wat u kunt zeggen.’ (Hafid Bouazza)

‘Dan moeten Islamitische landen zich ook niet meer bemoeien met de interne politiek van Israël en Iran had zich ook niet moeten bemoeien met de Duivelsverzen van Salman Rushdie en de doodstraf uitroepen over een schrijver die in Engeland woonde en Engelsman was. Dus laten we niet zo beginnen.’ (Hafid Bouazza)

‘Dan vraag ik me toch ook af of u dan ook vindt dat u zich niet mag bemoeien met wat er in de Abu Ghraib gevangenis is gebeurd. He, dat is dan ook niet strijdig met de mensenrechten. Of als Palestijnen in Israël onderdrukt en mishandeld worden dan doet u neem ik aan ook geen beroep op de Universele Mensenrechten.’ (Femke Halsema)

‘Maar de Islam heeft allang wortel geschoten in Europa. De Islamitische landen bemoeien zich ook met wat er hier in Europa gebeurt, dus waarom zou Europa zich niet ook mogen bemoeien met wat er in Islamitische landen gebeurt?’ (Hafid Bouazza)

En tot slot, het mooiste voorbeeld van de tu quoque-drogreden voor het goedpraten van Westerse bemoeienissen, vindt plaats aan het einde van de discussie, als de volgende dialoog tussen Izz ad-Din Ruhulessin en Femke Halsema plaatsvindt:

IAR: ‘Maar beseft u niet dat de wereld in 2010 niet meer bestaat uit de Westerse wereld en kolonieën en protectoraten, maar uit de soevereine staten waar het Westen geen enkele jurisdictie heeft? Dus eigenlijk is het immoreel om de machtige positie van het Westen te gebruiken om de westerse normen en waarden aan die landen op te dringen.’

FH: ‘Ik vind dit echt het makkelijkste argument. Dit is geen koloniale positie..’

IAR: (interrumpeert) ‘Nee, het is neo-koloniaal.’

FH: ‘Nee, ik denk dat u heel erg blij bent dat er Westerse en mondiale hulp komt bij een enorme watersnoodramp in Pakistan. Dan hoor ik u ook niet over kolonialisme.’

Blog comments powered by Disqus