dic·ta·tor de; m,v -s, -toren 1 onbeperkt gezaghebber die een schrikbewind voert 2 heerszuchtig iemand
(Van Dale Woordenboek)
Bij het woord ‘dictator’ denken veel mensen misschien aan personen als Adolf Hitler of Jozef Stalin. Zij zijn goede voorbeelden van leiders die onder de woordenboekdefinitie van het woord ‘dictator’ vallen. Maar ondanks dat Nazi-Duitsland en Stalin-Rusland niet meer bestaan, wordt het woord dictator nog wel veel gebruikt in de media. En niet geheel terecht.
De definitie van Van Dale is namelijk codetaal. Als blanke Nederlanders het woord ‘dictator’ tegenwoordig gebruiken, bedoelen ze namelijk iets anders dan die definitie. Voor hen is een ‘dictator’ een president die niet blank is, waarschijnlijk Afrikaans of Arabisch, en er een wereldbeeld op nahoudt waarin het Westen niet centraal staat, de Verenigde Staten niet verheerlijkt worden en onafhankelijkheid erg belangrijk is.
Dat zijn allemaal zaken die in het Westen niet zo goed vallen. Veel blanke Nederlanders zullen tolerant zijn ten opzichte van mensen uit andere culturen, als ze maar bereid zijn ook wat van die cultuur op te geven. Sommige niet-blanke staatshoofden weigeren dat, en worden daarop uitgemaakt voor ‘dictator’, wat in de betreffende situatie niet meer is dan een scheldwoord.
